
Emotieregulatie bij jeugdruiters: omgaan met frustratie en teleurstelling
Emotieregulatie bij jeugdruiters: omgaan met frustratie en teleurstelling
“Het lukt ook nóóit!”
De tranen komen. De pony wil niet aanspringen in galop, de proef ging minder goed dan gehoopt of een ander kind uit de les mocht al wel springen. Als ouder of instructeur kun je geneigd zijn om direct te reageren:
“Kom op, zo erg is het toch niet?”
Maar voor een kind kan het op dat moment wél zo voelen.
Kinderen moeten emotieregulatie namelijk nog leren. En juist de paardensport biedt ontzettend veel momenten waarop zij hiermee kunnen oefenen.
Het kinderbrein is nog in ontwikkeling
Om gedrag van jonge ruiters beter te begrijpen, helpt het om te weten dat hun hersenen nog volop in ontwikkeling zijn.
De hersengebieden en netwerken die betrokken zijn bij plannen, impulsen remmen, aandacht sturen, situaties relativeren en emoties reguleren, ontwikkelen zich gedurende de kindertijd en adolescentie verder. Een kind beschikt daarom nog niet over dezelfde regulatievaardigheden als een volwassene.
Dat betekent niet dat kinderen hun emoties helemaal niet kunnen reguleren. Het betekent vooral dat hun vermogen om dit zelfstandig te doen afhankelijk is van onder andere hun leeftijd, ontwikkeling, temperament, ervaring en de situatie.
En daar komt bij paardrijden nog iets bij: vermoeidheid, wedstrijdspanning, angst, prestatiedruk en een pony die iets anders doet dan verwacht kunnen de emotionele belasting behoorlijk vergroten.
Een reactie die voor een volwassene buitenproportioneel lijkt, kan voor een kind op dat moment dus heel echt zijn.
Verwacht geen volwassen reactie van een kinderbrein
Stel: een jeugdruiter heeft weken geoefend voor een wedstrijd. Tijdens de proef gaat er iets mis en de score valt tegen.
Een volwassene kan misschien denken:
Jammer. Ik baal ervan, maar ik weet ook wat ik de volgende keer anders kan doen.
Een kind kan vooral ervaren:
Ik heb zo hard geoefend en het is mislukt.
Op dat moment meteen vragen wat het kind ervan heeft geleerd, kan te vroeg zijn. Het kind moet eerst voldoende tot rust komen om weer ruimte te krijgen voor reflectie.
Een belangrijk uitgangspunt voor ouders en instructeurs is daarom:
Eerst reguleren, daarna reflecteren.
Wat kun je dan wél doen?
1. Erken de emotie zonder deze groter te maken
Je hoeft frustratie of teleurstelling niet weg te praten.
Zeg bijvoorbeeld:
“Ik zie dat je hier echt van baalt.”
Of:
“Je had heel erg gehoopt dat het vandaag zou lukken.”
Daarmee zeg je niet dat bepaald gedrag automatisch acceptabel is. Je laat alleen zien dat de emotie er mag zijn.
Een kind mag boos zijn omdat iets niet lukt. Dat betekent niet dat het zijn pony mag schoppen, spullen mag gooien of anderen mag uitschelden.
Alle emoties mogen er zijn, maar niet ieder gedrag is oké.
2. Geef eerst rust
Wanneer een kind overspoeld wordt door emotie, is dat meestal niet het beste moment voor een uitgebreide technische uitleg.
Geef even tijd. Laat het kind rustig ademhalen, een stukje lopen of simpelweg naast de pony staan.
Als instructeur hoef je een emotie ook niet onmiddellijk “op te lossen”. Soms is jouw kalme aanwezigheid al voldoende om een kind te helpen weer grip te krijgen.
3. Help het kind woorden geven aan wat er gebeurt
Emotieregulatie begint onder andere bij herkennen wat je voelt.
Vraag bijvoorbeeld:
“Ben je vooral boos omdat het niet lukte, of ben je eigenlijk teleurgesteld?”
Of:
“Wat vond je het moeilijkste aan wat er net gebeurde?”
Daarmee leert een kind steeds beter onderscheid maken tussen bijvoorbeeld boosheid, spanning, schaamte, angst en teleurstelling.
4. Maak het probleem daarna kleiner
Wanneer de emotie wat gezakt is, kun je de aandacht verschuiven van het probleem naar iets waar het kind invloed op heeft.
Niet:
“Waarom ging het fout?”
Maar bijvoorbeeld:
“Wat zou je bij de volgende poging kunnen proberen?”
Of:
“Wat ging er ondanks alles wél goed?”
Zo help je een jonge ruiter om van emotie naar actie te bewegen.
5. Pas je verwachtingen aan de leeftijd aan
Van een jong kind kun je niet verwachten dat het na een teleurstelling direct zelfstandig relativeert en een rationele analyse maakt.
Naarmate kinderen ouder worden en meer ervaring krijgen, kun je steeds meer verantwoordelijkheid bij hen leggen.
Bij jongere kinderen zul je vaker samen reguleren: benoemen, vertragen en helpen een volgende stap te kiezen.
Bij oudere jeugdruiters kun je vaker vragen:
“Wat merk je nu bij jezelf?”
“Wat heb je nodig om weer verder te kunnen?”
“Hoe wil je hiermee omgaan?”
Het uiteindelijke doel is niet dat een kind nooit meer boos, verdrietig of teleurgesteld wordt. Het doel is dat het steeds beter leert herkennen wat er gebeurt en welke reactie vervolgens helpend is.
Pas op met emoties direct wegwuiven
Goedbedoelde opmerkingen als:
“Je hoeft toch niet te huilen?”
“Het is maar een wedstrijd.”
“Je pony deed toch hartstikke goed zijn best?”
kunnen ervoor zorgen dat een kind zich niet alleen teleurgesteld voelt, maar óók het idee krijgt dat zijn reactie verkeerd is.
Je kunt dezelfde boodschap anders brengen:
“Ik snap dat je teleurgesteld bent. Zullen we straks samen kijken naar wat er wél goed ging?”
Je erkent eerst de ervaring en helpt het kind daarna verder.
Paardrijden is een prachtige oefenplaats
Juist omdat je bij paardrijden samenwerkt met een levend dier, kun je nooit alles controleren.
Een pony kan schrikken. Een oefening kan mislukken. Een wedstrijd kan tegenvallen. Een ander kind kan sneller vooruitgaan.
Dat maakt de paardensport een prachtige omgeving om kinderen te leren omgaan met frustratie, onzekerheid en teleurstelling — mits de volwassenen om hen heen die momenten niet alleen zien als lastig gedrag, maar ook als leermomenten.
Als ouder of instructeur hoef je emoties niet voor een kind weg te nemen.
Je kunt het kind helpen ontdekken:
Wat voel ik? Waarom voel ik dit? Wat kan ik nu doen? En waar heb ik wél invloed op?
Een jeugdruiter die dat steeds beter leert, ontwikkelt niet alleen vaardigheden voor in het zadel. Het zijn vaardigheden waar een kind ook ver buiten de manege iets aan heeft.
Wil jij hierbij helpen? Check onze Mental Coach voor Jeugdruiters opleiding!











